Op grote schaal worden inspecties volgens de methodiek Conditiemeting NEN 2767 toegepast voor het onderbouwen van meerjaren onderhoudsplanningen (MJOP’s) en het toetsen van resultaat gerichte onderhoudscontracten. Dit betekent dat inspecteurs de technische staat van een gebouw, woningcomplex of infrastructureel object vastleggen.Een goed opgeleide inspecteur kan meer dan alleen het vastleggen van de technische staat. Daarom worden de inspecties vaak gecombineerd met het vastleggen van meer relevante informatie over de objecten. Hierdoor verbetert de efficiëntie van de verschillende opnamen en wordt de overlast voor de gebruikers tot een minimum beperkt.

BOEI-systematiek is uitgebreider dan alleen het vastleggen van de technische staat

De bekende RGD BOEI-systematiek is oorspronkelijk ontwikkeld door de Rijksgebouwendienst. Hierbij wordt naast het vastleggen van onderhoud met conditiemeting (technische toestand), de energieprestatie vastgelegd, de brandveiligheid beoordeeld en een controle op wet- en regelgeving uitgevoerd.
Inmiddels nemen ook woningcorporaties vaak de brandveiligheid mee in de inspecties voor de MJOP’s. Ook moet de inspecteur een indicatie kunnen geven voor gewenst specialistisch onderzoek, bijvoorbeeld onderzoek naar de aanwezigheid van asbest.

Aanvullende conditiemetingen bij infrastructureel objecten

Bij infra-objecten wordt naast conditiemeting meestal ook de verzorgingskwaliteit van het object vastgelegd. Dit geeft belangrijke aanvullende informatie. Voor grote objecten kan de arboveiligheid aanvullend aan de conditiemeting worden bepaald. Dit geeft bijvoorbeeld de benodigde informatie over de veiligheidsrisico’s van werknemers die het onderhoud daadwerkelijk moeten uitvoeren.


Auteur:

Roel Warringa
Commissielid en rapporteur NEN 2767